ECLI:NL:RBDHA:2025:2918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De minister mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië, aangezien er geen aanwijzingen zijn van structurele tekortkomingen in de asielprocedure of opvangvoorzieningen in Kroatië. Persoonlijke ervaringen van eiser bieden geen grond voor een ander oordeel.
Eiser stelde dat de minister onverplicht zijn aanvraag had moeten behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening wegens onevenredige hardheid. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bijzondere individuele omstandigheden had aangetoond die dit rechtvaardigen.
De rechtbank bevestigde dat Kroatië verantwoordelijk is voor de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag en dat eiser klachten kan indienen bij Kroatische autoriteiten of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bij problemen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.