ECLI:NL:RBDHA:2025:3413
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is op 30 september 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. De maatregel duurt voort en de minister heeft op 21 februari 2025 een kennisgeving voortduring bewaring aan de rechtbank verzonden, gelijkgesteld met een beroep van eiser.
De rechtbank heeft eerder op 17 december 2024 de rechtmatigheid van de bewaring tot het sluiten van het onderzoek op 13 december 2024 bevestigd. De beoordeling richt zich nu op de periode daarna. Eiser stelt dat zicht op uitzetting ontbreekt omdat de lp-aanvraag nog niet is behandeld door de Algerijnse autoriteiten en dat binnen zes maanden geen uitzetting zal plaatsvinden.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling waarin is geoordeeld dat zicht op uitzetting naar Algerije in algemene zin niet ontbreekt, ook voor vreemdelingen zonder geldige grensdocumenten. In het specifieke geval van eiser is een lp-traject gestart en is niet gebleken dat de Algerijnse autoriteiten geen lp zullen afgeven. De minister heeft sinds december 2024 drie keer gerappelleerd en twee vertrekgesprekken gevoerd, wat voldoende voortvarend wordt geacht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.