Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
[vergunninghouder]uit [woonplaats] (vergunninghouder).
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een omgevingsvergunning voor een dakuitbouw aan een woning, waarbij de maximale goothoogte van het bestemmingsplan wordt overschreden. Eiseres, wonende naast vergunninghouder, heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit en beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, omdat verweerder inmiddels een beslissing op bezwaar heeft genomen.
De rechtbank beoordeelt vervolgens het beroep tegen de besluiten van 11 mei 2023 en 11 oktober 2024. Het toetsingskader is de Wabo zoals die gold vóór 1 januari 2024. Het bouwplan overschrijdt de maximale goothoogte van 13 meter tot 18 meter, wat strijd oplevert met het bestemmingsplan. Verweerder heeft op grond van de kruimelgevallenregeling van de Wabo beleidsruimte benut om af te wijken van het bestemmingsplan, waarbij een zorgvuldige stedenbouwkundige beoordeling is uitgevoerd.
Eiseres voert aan dat het bouwplan stedenbouwkundig niet verantwoord is, bezonningshinder veroorzaakt, privacy schaadt, en twijfelt aan de constructieve veiligheid. De rechtbank oordeelt dat het stedenbouwkundig advies van de gemeente zorgvuldig is en dat de overschrijding van de goothoogte binnen het bouwblok precedent heeft. De bezonningsafname is niet onevenredig, privacy wordt niet onaanvaardbaar aangetast en de constructieve veiligheid is gewaarborgd. Ook de welstandstoets is zorgvuldig uitgevoerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de gewijzigde omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.