ECLI:NL:RBDHA:2025:4984
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die niet in behandeling werd genomen omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kon worden vanwege mishandeling, pushbacks en slechte detentieomstandigheden in Polen.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen tot niet in behandeling nemen een voorbereidingshandeling is en dat verweerder in het bestreden besluit specifiek op de individuele situatie van eiser is ingegaan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat er een reëel risico is op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro, wat in deze zaak niet is gebleken.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij mishandeld is of dat hij geen toegang heeft tot Poolse autoriteiten voor klachten. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat verweerder artikel 17 Dublinverordening Pro had moeten toepassen om het verzoek zelf te behandelen. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.