ECLI:NL:RBDHA:2025:4998
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, met Tadzjiekse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiseres voerde aan dat zij bijzondere omstandigheden heeft en dat het besluit van verweerder in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, en dat Polen tekortschiet in de opvang en behandeling van Dublinterugkeerders, mede vanwege detentieomstandigheden en pushbacks.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing blijft. Ook is niet gebleken dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro had moeten toepassen.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.