ECLI:NL:RBDHA:2025:502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, een Somalische asielzoeker, werd op 22 november 2024 door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Dit volgde op meerdere incidenten, waaronder een ernstig geweldsincident op 21 november 2024 waarbij eiser betrokken was.
Eiser stelde dat het dossier onvolledig was, dat hij niet de agressor was en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. De rechtbank oordeelde dat het dossier volledig was, de feiten voldoende waren onderbouwd met verklaringen en camerabeelden, en dat het COa conform het Maatregelenbeleid had gehandeld. Het ontbreken van het zogenoemde GZA-akkoord werd door de rechtbank weerlegd.
Verder stelde eiser dat binnen de HTL onbevoegd geweld zou worden toegepast en dat zijn privacyrechten volgens artikel 8 EVRM Pro werden geschonden. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat de plaatsing niet onrechtmatig was.
De beroepen tegen zowel het plaatsingsbesluit als de vrijheidsbeperkende maatregel werden ongegrond verklaard. Een verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.