Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige met Afghaanse nationaliteit, verzocht asiel op grond van bedreigingen door zijn oom die bij de Taliban hoort en problemen van zijn vader met IS. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde ter onderbouwing van zijn verhaal. De verklaringen over de dreiging door zijn oom en de situatie met IS werden als ongeloofwaardig en onsamenhangend beoordeeld. Ook ontbraken objectieve documenten en waren de verklaringen deels speculatief.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Afghanistan heeft. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiser had nog wel procesbelang omdat hij contact hield met zijn gemachtigde.
De rechtbank wees ook het beroep af dat eiser vanwege zijn verblijf in het Westen een verhoogd risico zou lopen bij terugkeer, verwijzend naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank legde geen kostenveroordeling op aan eiser.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico bij terugkeer.