ECLI:NL:RBDHA:2025:5563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eisers hebben op 26 november 2022 asielaanvragen ingediend in Nederland, maar Nederland heeft op grond van de Dublinverordening vastgesteld dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling. De minister heeft de aanvragen op 6 februari 2025 niet in behandeling genomen. Eisers stelden dat de minister geen nieuw voornemen heeft uitgebracht na vernietiging van eerdere besluiten en dat het claimakkoord met Bulgarije ongeldig zou zijn, maar de rechtbank verwierp deze stellingen.
Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege problemen in Bulgarije, waaronder pushbacks en ontoereikende opvang, en verwezen naar rapporten en jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het vertrouwensbeginsel, omdat de problemen niet de hoge drempel van zwaarwegendheid halen en Bulgarije het terugnameverzoek heeft geaccepteerd.
Verder stelden eisers dat de minister op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de behandeling aan zich had moeten trekken vanwege trauma’s en familiebanden in Nederland. De rechtbank vond dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Bulgarije zouden moeten voorkomen.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de asielaanvragen niet in behandeling worden genomen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.