ECLI:NL:RVS:2024:1195
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij voor Bulgarije mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanwege pushbackpraktijken en obstakels in Bulgarije. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De vreemdeling voerde aan dat hij mishandeld was in Bulgarije en psychische problemen had, en dat zijn broer in Nederland woonde, maar de Afdeling oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de asielaanvraag alsnog in behandeling te nemen of overdracht aan Bulgarije te weigeren.
De Afdeling wees ook het betoog af dat de vreemdeling een Bulgaarse verblijfsvergunning zou hebben, omdat dit niet aannemelijk was gemaakt. Het beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond; het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.