ECLI:NL:RBDHA:2025:5591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 3 april 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was op 10 januari 2025 opgelegd en eerder door de rechtbank getoetst in uitspraken van 28 januari, 21 februari en 13 maart 2025.
Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn en dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting. Tevens voerde eiser aan dat de minister onvoldoende motiveerde waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan, en dat de maatregel een inbreuk vormde op zijn recht op familieleven. De rechtbank oordeelde dat deze bezwaren reeds in eerdere uitspraken waren beoordeeld en dat de situatie sindsdien niet was gewijzigd.
De rechtbank concludeerde dat er nog steeds zicht is op uitzetting, mede door de laatste rappellering van de minister aan de Algerijnse autoriteiten op 20 maart 2025. Ook werd vastgesteld dat eiser geen inspanningen heeft geleverd om zijn terugkeer mogelijk te maken. De minister handelde voldoende voortvarend en de motivering voor de bewaring bleef adequaat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.