ECLI:NL:RBDHA:2025:3946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd op 10 januari 2025 op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst op rechtmatigheid bij uitspraken van 28 januari en 21 februari 2025.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. Ook voert hij aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet met een lichter middel dan bewaring volstaan kan worden en beroept zich op zijn recht op familieleven uit artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat er zicht is op uitzetting, de minister voldoende voortvarend handelt en dat de belangenafweging geen aanleiding geeft tot opheffing van de maatregel. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro kan in deze procedure niet worden beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er bestaat geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Heijmans en griffier Pruijn en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.