Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] (V-nummer: [V-nummer]),
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
moetbetrekken en dit dan ook, indien de vreemdeling op het moment van de beoordeling door de rechtbank op die bewaringsmaatregel in bewaring wordt gehouden, tot opheffing van de maatregel zal leiden. Indien de rechtbank tot de conclusie komt dat er nimmer een grondslag heeft bestaan voor de maatregel, kan de rechtbank in de onderhavige procedure evenwel uitsluitend vaststellen dat de maatregel in de te toetsen periode onrechtmatig heeft voortgeduurd.
nietis vermeld dat eiser in september 2024 in persoon is gepresenteerd bij de Libische autoriteiten en dat in deze M120
nietis vermeld dat de Libische autoriteiten op 18 oktober 2024 hebben aangegeven dat eiser niet de Libische nationaliteit heeft. De rechtbank acht dit kwalijk. Verweerder is verplicht om de rechtbank in staat te stellen om de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming te onderzoeken en het is evident dat deze informatie over de presentatie in persoon en de mededeling van de Libische autoriteiten dat eiser niet de Libische nationaliteit heeft, buitengewoon relevant is voor dit onderzoek en de uiteindelijke rechtmatigheidsbeoordeling door de rechtbank in de onderhavige procedure. Ook indien verweerder thans de vertrekhandelingen richt op Algerije en Marokko, dient verweerder de rechtbank informatie te verschaffen over het ingezette terugkeerproces naar Libië. Op het moment dat eiser in bewaring is gesteld was er immers nog geen terugkeerbesluit waarin een ander derde land dan Libië als land van bestemming is vermeld. De rechtbank stelt ook vast dat uit de M120 niet kan worden afgeleid dat er een lp-aanvraag is gedaan bij de Libische autoriteiten of dat er na oplegging van de maatregel vertrekhandelingen zijn verricht met het oog op verwijdering naar Libië. De rechtbank overweegt dat verweerder de bewijslast draagt voor het rechtmatige karakter van de oplegging en voortduring van de maatregel. Indien verweerder de rechtbank niet volledig informeert kan dit ook tot gevolg hebben dat de rechtbank niet kan vaststellen dat de (voortduring van de) bewaring rechtmatig is. Indien de rechtbank niet kan vaststellen dat de maatregel in de gehele te toetsen periode rechtmatig heeft voortgeduurd, betekent dit dat de rechtbank de maatregel moet en dus zal opheffen. Dit daargelaten, dient verweerder te allen tijde zorgvuldig te handelen. Verweerder is dus eenvoudigweg verplicht om alle relevante informatie over de terugkeerprocedure aan eiser en aan de rechtbank te verschaffen.