ECLI:NL:RVS:2023:3564
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanvullend terugkeerbesluit zonder nieuw besluit over onrechtmatig verblijf
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een aanvullend terugkeerbesluit van 24 juni 2021, waarin de staatssecretaris landen van terugkeer heeft aangewezen. Eerder was vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had en een terugkeerverplichting gold zonder dat een land van terugkeer was genoemd.
De vreemdeling stelde dat het besluit van 22 januari 2014 ten onrechte was aangevuld en dat een geheel nieuw terugkeerbesluit vereist was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet uitmaakt of het eerdere besluit van 2011 of 2014 is genomen, omdat beide een terugkeerverplichting zonder land van terugkeer bevatten.
De Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris volstaat met een aanvullend terugkeerbesluit waarin het land van terugkeer wordt vermeld, zonder opnieuw de onrechtmatigheid van het verblijf vast te stellen. Wel moet de staatssecretaris het aanvullend besluit zorgvuldig voorbereiden en de vreemdeling in beginsel horen over de voorgenomen aanwijzing van het land van terugkeer en eventuele gewijzigde omstandigheden.
In deze zaak was de vreemdeling voorafgaand aan het besluit gehoord en had hij geen concrete aanwijzingen gegeven voor gewijzigde omstandigheden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het aanvullend terugkeerbesluit bevestigd.