ECLI:NL:RBDHA:2025:5983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser, met de Libische nationaliteit, diende op 30 december 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 27 mei 2023 al een verzoek om internationale bescherming in Duitsland had ingediend. Duitsland werd daarom verantwoordelijk geacht voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser betwistte deze verantwoordelijkheid en stelde dat Italië het eerste land van binnenkomst was en dat Duitsland niet betrouwbaar was vanwege problemen met rechtsbijstand, tolken en medische zorg. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht uitging van de Eurodac-registratie en het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij eiser onvoldoende bewijs leverde voor structurele tekortkomingen in Duitsland.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat overdracht kan weigeren bij bijzondere omstandigheden, werd verworpen omdat eiser geen onderbouwde medische klachten of andere bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.