Uitspraak
[eiser 1] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiser/verzoeker 1,
[eiser 2] ,V-nummer: [v-nummer 3] , eiser/verzoeker 2,
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen van Turkse nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinsleden van een Nederlandse referent, de broer van eiser 1. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van familieleven zoals bedoeld in artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en eisers niet in aanmerking komen voor vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule.
Eisers betoogden dat uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege hun legale binnenkomst, de schoolgaande minderjarige kinderen en de impact van de aardbeving in Turkije. Tevens stelden zij dat de hoorplicht in bezwaar was geschonden. De rechtbank oordeelde dat tussen eisers en de referent geen hechte persoonlijke banden bestaan en dat verweerder terecht geen belangenafweging hoefde te maken omdat geen familieleven werd vastgesteld.
De rechtbank stelde dat de hardheidsclausule slechts in zeer uitzonderlijke gevallen van toepassing is en dat eisers onvoldoende persoonlijke omstandigheden hadden aangevoerd om deze toe te passen. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht van het horen in bezwaar kon afzien omdat het bezwaar niet nader was onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.