ECLI:NL:RBDHA:2025:6619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eisers, een vrouw met haar minderjarige kinderen, boden beroep aan tegen het besluit van de minister om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank behandelde het beroep op 7 april 2025 en oordeelde dat het beroep ongegrond is.
De rechtbank stelde vast dat de minister in het voornemen en besluit voldoende heeft gemotiveerd waarom Frankrijk verantwoordelijk is en dat eisers geen bijzondere, individuele omstandigheden hebben aangetoond die een overdracht aan Frankrijk zouden verhinderen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat Frankrijk niet aan zijn verplichtingen voldoet. De vrees van eisers voor hun ex-man in Frankrijk werd onvoldoende geacht om de overdracht te weigeren.
Verder is vastgesteld dat eisers en hun oudste minderjarige zoon zijn gehoord, en dat het niet horen van de jongere kinderen niet tot schending van hun belangen leidt. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de minister in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.