Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de Minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het besluit
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2025 behandeld en beoordeelt dat het terugnameverzoek aan Duitsland terecht is aanvaard. De Eurodac-treffer van 16 juli 2024 bevestigt dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is, en eisers stelling dat Polen verantwoordelijk zou zijn vanwege zijn reisroute wordt niet onderbouwd.
Eiser voerde aan dat Duitsland niet voldoet aan de vereisten van een eerlijke procedure, onder meer vanwege privacyproblemen, gebrek aan kosteloze rechtsbijstand en mogelijke onpartijdigheid van rechters. De rechtbank oordeelt dat deze gronden onvoldoende zijn om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de Duitse procedure in overeenstemming is met de Procedurerichtlijn.
Daarnaast is het beroep op artikel 11 van Pro de Dublinverordening en artikel 8 EVRM Pro niet succesvol, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. De minister heeft de aanvraag terecht niet in behandeling genomen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.