ECLI:NL:RBDHA:2025:6749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel bewaring en voortvarendheid minister bij uitzetting
Eiser, van Turkse nationaliteit, is op 12 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder op 25 februari 2025 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was, waardoor nu alleen de periode na 21 februari 2025 wordt beoordeeld.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij de verzending van de laissez-passer-aanvraag (lp) naar Turkije en het versturen van rappels. De minister gaf aan dat de aanvraag vertraging opliep door het ontbreken van een foto en een storing bij het systeem DIA. Tevens werd toegelicht dat rappels handmatig worden verstuurd en niet direct na afloop van de beslistermijn, die voor Turkije 25 dagen bedraagt.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld, mede gelet op het vertrekgesprek met eiser op 19 maart 2025 en het rappel op 9 april 2025. Er is geen reden om te twijfelen aan de medewerking van Turkse autoriteiten aan de uitzetting. Eiser verleent onvoldoende medewerking aan zijn uitzetting, wat ook het zicht op uitzetting versterkt. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.