ECLI:NL:RBDHA:2025:6866
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij een referent met een asielvergunning. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 20 februari 2024 en verweerder had uiterlijk 20 augustus 2024 moeten beslissen, inclusief een verlenging van drie maanden. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, is het beroep tijdig ingesteld na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 18 september 2024. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van de Awb een termijn van acht weken op voor het nemen van het besluit, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres van €453,50.
De uitspraak is gebaseerd op relevante jurisprudentie en wettelijke bepalingen omtrent beslistermijnen bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders. De rechtbank benadrukt het bijzondere karakter van deze zaken en past daarom een langere beslistermijn toe.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.