ECLI:NL:RBDHA:2025:7459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in grensdetentie met medische aspecten
Eiseres, een vreemdeling onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig. De beoordeling richt zich daarom op de periode na 17 februari 2025.
Eiseres stelde dat zij geen adequate toegang had tot een gynaecoloog, wat noodzakelijk zou zijn vanwege haar medische aandoening, en dat haar mentale toestand was verslechterd door de detentie van bijna elf weken. De rechtbank oordeelde echter dat uit het medisch dossier en de overgelegde informatie niet blijkt dat zij op dit moment een behandeling nodig heeft of geen toegang heeft tot een gynaecoloog. Ook de mentale verslechtering werd onvoldoende onderbouwd met medische rapportages.
De rechtbank concludeerde dat de overschrijding van de termijn van negen weken op zichzelf onvoldoende is om de maatregel als onredelijk lang voortzettend te beschouwen. De medische voorzieningen binnen het detentiecentrum zijn toereikend en eventuele vervolgbehandelingen buiten het centrum dienen door verweerder te worden beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.