ECLI:NL:RBDHA:2025:7464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote. De aanvraag werd ingediend op 9 mei 2023, waarbij de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moest beslissen. Deze termijn werd met drie maanden verlengd, waardoor uiterlijk 7 november 2023 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 21 november 2023 rechtsgeldig ingebreke is gesteld en het beroep op 20 december 2023 tijdig is ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en legt op grond van de Awb een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 1 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.