ECLI:NL:RBDHA:2025:764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 oktober 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetste uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 13 december 2024. Uit de beoordeling blijkt dat er geen reden is om aan te nemen dat het zicht op uitzetting naar Mali ontbreekt. Eiser maakte onvoldoende aannemelijk dat dit in zijn geval anders is, mede omdat hij weigerde deel te nemen aan een presentatie die noodzakelijk is voor de uitzetting.
De minister heeft volgens de rechtbank voldoende voortvarend gewerkt aan de uitzetting, met onder meer een vertrekgesprek en meerdere geplande presentaties. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen lichter middel dan bewaring heeft toegepast en dat de maatregel gedurende de onderzochte periode rechtmatig bleef.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.