Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 september 2023. In een eerdere procedure was het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen van de ingebrekestelling. De minister had de beslistermijn van zes maanden met negen maanden verlengd, maar deze termijn was inmiddels verstreken zonder dat een besluit was genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €7.500. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.