Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 13 december 2023. De minister had zes maanden de tijd om te beslissen, maar verlengde deze termijn met negen maanden, waardoor de termijn inmiddels was verstreken. Nadat eiser de minister verzocht binnen twee weken alsnog te beslissen, bleef een besluit uit, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gehanteerde ‘8+8 wekenmodel’. De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.