ECLI:NL:RBDHA:2025:7685
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit met removal order naar Tanzania en Iran
Eiser, met de Iraanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen, waarna een terugkeerbesluit werd opgelegd. Vervolgens legde verweerder aanvullend terugkeerbesluiten op waarin ook Tanzania als land van terugkeer werd opgenomen op basis van een removal order. Eiser betwistte de rechtmatigheid en motivering van deze besluiten en voerde onder meer aan dat het toevoegen van Tanzania onzorgvuldig en zonder wettelijke grondslag was.
De rechtbank oordeelde dat het opnemen van Tanzania als land van terugkeer gerechtvaardigd is, mede gelet op de removal order en jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter. Verweerder hoeft niet vooraf te onderzoeken of eiser daadwerkelijk toegang tot Tanzania zal krijgen; dit wordt beoordeeld bij daadwerkelijke uitzetting. De opheffing van de grensdetentie per 21 maart 2025 is niet relevant voor de beoordeling van het terugkeerbesluit.
Verder is vastgesteld dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van eiser, die tijdens het nader gehoor en vertrekgesprek is bevraagd over terugkeer naar Tanzania. Eiser heeft geen aanvullende feiten aangevoerd die een schending van artikel 3 EVRM Pro aannemelijk maken. Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen omdat het beroep is beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het terugkeerbesluit, waarbij eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.