Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 6 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het voortduren van de maatregel getoetst vanaf 19 maart 2025, het moment waarop de eerdere rechtmatigheidstoets eindigde. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting en dat de lange duur van de bezwaarprocedure tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning meegewogen moet worden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt, onder meer door regelmatig contact met de Marokkaanse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken. De verblijfsrechtelijke procedure valt niet onder de beoordeling van de bewaringsrechter. Er zijn geen overige feiten die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.