ECLI:NL:RBDHA:2025:7949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Chinese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelt dat zijn overdracht aan Kroatië leidt tot onevenredige hardheid vanwege eerdere negatieve ervaringen met de Kroatische autoriteiten, waaronder pushbacks, mishandeling en gebrek aan opvang. Hij beroept zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om te voorkomen dat zijn aanvraag wordt overgedragen.
De minister voert aan dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere en individuele omstandigheden aanwezig zijn die een overdracht aan Kroatië onaanvaardbaar maken. De rechtbank oordeelt dat de minister in redelijkheid geen toepassing hoefde te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De persoonlijke ervaringen van eiser zijn onvoldoende onderbouwd en rechtvaardigen geen uitzondering op de overdracht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter H. de Ruijter en is openbaar gemaakt op 8 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.