Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 13 juni 2024 waarin zij werd afgewezen voor een WIA-uitkering. Na het uitblijven van een beslissing op bezwaar heeft zij op 5 maart 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen.
De rechtbank overweegt dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts noodzakelijk is, verweerder in beginsel zes weken krijgt voor de medische beoordeling en drie weken daarna voor het nemen van een besluit, maar uiterlijk binnen negen weken na uitspraak. In dit geval was een hoorzitting gepland op 15 april 2025, waarna verweerder drie weken had om te beslissen. Gezien de verstreken tijd bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak het besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 9 mei 2025.