Eisers hebben beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden had beslist op hun asielaanvragen van 25 november 2023. De minister had deze termijn met negen maanden verlengd, maar ook deze verlengingstermijn was verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de datum van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €7.500. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers, vastgesteld op €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister moet hiermee spoedig uitvoering geven aan de verplichtingen om verdere vertraging te voorkomen.