ECLI:NL:RBDHA:2025:8341
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Eiseres, een Iraanse vrouw, is sinds 10 januari 2025 onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 3 april 2025 geoordeeld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 27 maart 2025 rechtmatig was.
De rechtbank beoordeelt nu alleen het voortduren van de maatregel na die datum. Eiseres stelt dat haar fysieke en mentale gezondheid is verslechterd en dat de medische zorg in detentie onvoldoende is. De rechtbank oordeelt dat eiseres toegang heeft tot adequate medische zorg, inclusief specialistische zorg buiten het detentiecentrum, zoals blijkt uit een recent gynaecologisch onderzoek. Ook mentale zorg is beschikbaar.
De rechtbank acht een detentieperiode van negen weken aanvaardbaar volgens de Opvangrichtlijn, en hoewel eiseres inmiddels ruim zestien weken in detentie verblijft, is dit op zichzelf onvoldoende om de maatregel onrechtmatig te achten. Het nader te behandelen asielberoep op 3 juli 2025 rechtvaardigt het voortduren van de maatregel. De rechtbank ziet geen redenen om het belang van eiseres zwaarder te laten wegen dan het belang van verweerder bij grensbewaking. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.