ECLI:NL:RBDHA:2025:9187
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België nog van toepassing is. Eiser stelde dat België ernstige en structurele problemen heeft met de opvang van asielzoekers, waardoor hij na overdracht op straat zou belanden. Hij verwees naar rapporten, nieuwsartikelen en eerdere rechterlijke uitspraken.
De minister handhaafde het standpunt dat België verantwoordelijk is en dat het vertrouwensbeginsel geldt. De rechtbank overwoog dat de minister in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, tenzij eiser aannemelijk maakt dat er een reëel risico is op een schending van fundamentele rechten door structurele tekortkomingen in het Belgische opvangsysteem.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet is geslaagd in deze bewijsvoering. Uit recente uitspraken en feiten blijkt dat België ondanks tekortkomingen opvang blijft bieden, onder meer via noodopvang en private actoren, en dat de situatie niet zodanig verslechterd is dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de minister in stand, met als gevolg dat eiser mag worden overgedragen aan België.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft van kracht.