ECLI:NL:RBDHA:2025:9304
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Oekraïense nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank behandelde het beroep op 13 mei 2025 zonder aanwezigheid van eiser en zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland, dat wil zeggen dat Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Duitsland. Eiser heeft onvoldoende concrete aanwijzingen aangevoerd dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een met artikel 4 van Pro het Handvest en artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling.
Ook het beroep op bijzondere individuele omstandigheden op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, waaronder zijn HIV-positiviteit en negatieve ervaringen in Duitsland, faalt omdat eiser dit niet voldoende heeft onderbouwd. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.