Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
H.J. Renders, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 14 januari 2024 een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De minister had op basis van Eurodac-gegevens vastgesteld dat eiser op 3 januari 2024 in Kroatië een verzoek om internationale bescherming had ingediend en verzocht Kroatië om terugname. Kroatië stemde hiermee in.
Eiser betoogde onder meer dat hij illegaal via Griekenland het EU-grondgebied was binnengekomen en dat Kroatië niet verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat Nederland terecht een terugnameverzoek bij Kroatië had ingediend zonder voorafgaand onderzoek naar de daadwerkelijke verantwoordelijke lidstaat. Ook de stelling dat de vingerafdrukken onder dwang waren afgenomen en dat hij geen asielaanvraag in Kroatië had ingediend, werd verworpen op grond van Eurodac-registratie en jurisprudentie.
Verder faalde het beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigt dat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd. Ook het argument dat de belangen van zijn in Syrië verblijvende zieke zoon in de overdracht aan Kroatië betrokken moesten worden, werd afgewezen omdat gezinshereniging pas na de asielprocedure aan de orde kan komen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de minister de asielzoeker mag overdragen aan Kroatië. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de minister mag eiser overdragen aan Kroatië.