ECLI:NL:RBDHA:2025:9489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Eiseres stelde dat Kroatië niet als verantwoordelijke lidstaat kan worden aangemerkt vanwege haar persoonlijke ervaringen met detentie en mishandeling in Kroatië, hetgeen volgens haar een onmenselijke en vernederende behandeling inhoudt. Zij betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kan worden en dat de minister haar aanvraag onverplicht had moeten behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan worden toegepast. De persoonlijke ervaringen betreffen een andere situatie dan de huidige en vormen geen aanwijzing voor structurele tekortkomingen in Kroatië. Ook is niet gebleken dat het voor eiseres onmogelijk of zinloos is om klachten in Kroatië in te dienen. De minister hoefde daarom geen toepassing te geven aan artikel 17. Het beroep is ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.