Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 29 juli 2024 waarin zij werd afgewezen voor een Wajong-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat het UWV geen nieuw besluit had genomen. Gelet op de noodzaak van een medische beoordeling door een verzekeringsarts en de structurele tekorten aan verzekeringsartsen, kwalificeerde de rechtbank dit als een bijzonder geval.
De rechtbank bepaalde dat het UWV binnen zes weken na verzending van de uitspraak de medische beoordeling moet verrichten en binnen drie weken daarna een besluit moet nemen, met een maximumtermijn van negen weken. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Het betaalde griffierecht en proceskosten werden aan eiseres toegekend.