Eiseres, een B.V., verzocht op 29 februari 2024 om een herbeoordeling van een WIA-uitkering voor een ex-werknemer. Omdat het UWV niet tijdig besliste, stelde eiseres beroep in op 11 maart 2025 wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat het UWV ondanks ingebrekestelling niet had beslist. Gezien de structurele tekorten aan verzekeringsartsen bij het UWV en het belang van een medische beoordeling, oordeelde de rechtbank dat een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak redelijk is: zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het besluit.
De rechtbank legde een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Tevens werd het griffierecht vergoed en proceskosten van €453,50 toegewezen aan eiseres. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 5 juni 2025 door rechter N.E.M. de Coninck.