ECLI:NL:RBDHA:2025:978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering kinderopvangtoeslag en betalingsregeling
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Dienst Toeslagen om de kinderopvangtoeslag over 2020 op nihil vast te stellen en het voorgeschoten bedrag terug te vorderen, evenals tegen de vastgestelde betalingsregeling voor terugvordering over 2020 en 2022.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen recht had op de toeslag omdat haar echtgenoot in 2020 in Marokko woonde en niet voldeed aan het woonplaatsvereiste. Het voorschot was dus onterecht toegekend en mocht worden teruggevorderd. De rechtbank verwerpt het beroep op het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, aangezien de wetgever bewust heeft gekozen voor een systeem met voorschotten en latere definitieve vaststelling.
De rechtbank acht de terugvordering niet onevenredig, mede omdat een persoonlijke betalingsregeling is getroffen die rekening houdt met de financiële situatie van eiseres. De betalingsregeling is zorgvuldig vastgesteld volgens de geldende regelgeving en er zijn geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen.
De beroepen worden ongegrond verklaard, de bestreden besluiten blijven in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter E.K.S. Mollen op 28 januari 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen de terugvordering en betalingsregeling kinderopvangtoeslag worden ongegrond verklaard.