Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 18 mei 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoek van eiser niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn vastgesteld volgens het ‘8+8 wekenmodel’. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden, bepaalt de rechtbank dat de minister binnen acht weken na deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.