In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar tegen het stopzetten van zijn Ziektewetuitkering door het UWV. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn van negen weken, zoals voorgeschreven in artikel 8:55d Awb, heeft overschreden.
Het UWV heeft als reden voor de overschrijding het tekort aan verzekeringsartsen en de daardoor oplopende werkvoorraad aangevoerd. De rechtbank erkent dat in medische zaken waarbij een verzekeringsarts een advies moet geven, sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn kan rechtvaardigen, maar stelt dat het UWV binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het besluit uitblijft na de termijn. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed en worden proceskosten van € 467,- aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 8 april 2026.