Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, is op 10 april 2026 onder de Dublinverordening overgedragen aan Nederland en direct in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet (Vw). Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring noodzakelijk is vanwege een risico op onttrekking aan het toezicht, gegrond op meerdere zware gronden zoals het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen, onvoldoende medewerking aan identificatie en het verstrekken van tegenstrijdige gegevens. Eiser betwist enkele gronden, maar de rechtbank acht deze feitelijk juist.
Verder is geoordeeld dat de duur van de bewaring binnen de wettelijke termijn van zes weken valt en dat de voorbereiding van het gehoor binnen een normale termijn is verlopen. Het standpunt van eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast, wordt verworpen omdat de omstandigheden een zwaardere maatregel rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is genomen, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.