Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar tegen het besluit van het UWV van 26 mei 2025 waarin zij werd afgewezen voor een Wajong-uitkering. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn van negen weken volgens artikel 8:55d Awb heeft overschreden.
Het UWV heeft een dwangsombeslissing genomen, maar nog geen inhoudelijk besluit. De rechtbank oordeelt dat vanwege het medisch karakter van de beoordeling en het tekort aan verzekeringsartsen sprake is van een bijzonder geval, waardoor een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak geldt voor het nemen van het besluit.
De rechtbank legt het UWV op binnen deze termijn alsnog te beslissen en stelt een dwangsom van €100 per dag overschrijding met een maximum van €15.000,- vast. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiseres toegekend.