Eiseres, een stichting, verzocht op 11 november 2025 om een herbeoordeling van het recht van een ex-werkneemster op een WIA-uitkering. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiseres het UWV op 9 januari 2026 in gebreke en diende op 11 februari 2026 beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat geen besluit is genomen. Gezien het medisch karakter van de beoordeling en het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV, kwalificeert deze situatie als een bijzonder geval volgens artikel 8:55d Awb. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van negen weken wordt gehanteerd voor het verrichten van de medische beoordeling en het nemen van het besluit.
Het UWV heeft geen concrete datum voor de medische beoordeling kunnen geven, waardoor de rechtbank het UWV opdraagt binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en de rechtbank benadrukt dat partijen binnen zes weken verzet kunnen instellen tegen deze uitspraak.