ECLI:NL:RBDHA:2026:10166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Kroatië als verantwoordelijke lidstaat
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië niet langer geldt, onderbouwd met jurisprudentie en rapporten over de Kroatische praktijk van terugkeerbesluiten. De rechtbank oordeelt dat deze argumenten niet slagen omdat de aangehaalde jurisprudentie is vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de rapporten onvoldoende zijn gespecificeerd. Ook zijn prejudiciële vragen over dit onderwerp door het Hof van Justitie van de Europese Unie beantwoord en door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd.
De minister heeft recentere jurisprudentie aangehaald waaruit volgt dat Kroatië als lidstaat wordt vertrouwd de grondrechten en internationale verdragen na te leven. Eiser heeft dit niet weerlegd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser mag worden overgedragen aan Kroatië en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag mag worden overgedragen aan Kroatië.