Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne en tijdelijke bescherming genoot in Nederland, werd geconfronteerd met een besluit van 7 februari 2024 waarin zijn tijdelijke bescherming werd beëindigd en hij werd verplicht Nederland te verlaten. Na prejudiciële vragen aan het HvJ EU en daaropvolgende jurisprudentie werd het oorspronkelijke besluit ingetrokken en vervangen door een besluit van 2 juli 2025, waarin de terugkeer werd bevestigd.
Eiser voerde aan dat het besluit onrechtmatig was vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het ontbreken van een hoorzitting. De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag worden beëindigd dan die van Oekraïners en dat het vervangende besluit aan de vereisten van de Terugkeerrichtlijn voldoet. De beroepsgronden tegen het ingetrokken besluit behoeven geen inhoudelijke bespreking.
De rechtbank zag geen aanleiding om het terugkeerbesluit onrechtmatig te achten, onder verwijzing naar het HvJ EU-arrest inzake non-refoulement. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de minister werd veroordeeld in de proceskosten van € 934 vanwege het gebrek in het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.