Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Libanese nationaliteit dragende persoon, diende op 29 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit werd bevestigd door Eurodac-gegevens en de acceptatie van het terugnameverzoek door Frankrijk.
Eiser voerde aan dat Frankrijk vanwege structurele tekortkomingen in opvangcapaciteit en risico op indirect refoulement niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet, waardoor overdracht aan Frankrijk onrechtmatig zou zijn. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2024 en stelde dat hij daardoor risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt. Eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigen dat de problemen in Frankrijk niet zodanig ernstig zijn dat overdracht onrechtmatig is. Ook het risico op indirect refoulement kan niet binnen de Dublinprocedure worden beoordeeld.
Daarom is het beroep kennelijk ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.