Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10487

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
11956284 \ RL EXPL 25-21052
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWArt. 7:625 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallig loon en vakantietoeslag aan werknemer na onbetaalde uren

De werknemer was van januari 2024 tot mei 2025 in dienst bij Effix Engineering B.V. en werkte op basis van een 28-urige werkweek, gedetacheerd bij Siemens. Zij vorderde betaling van onbetaald loon en vakantietoeslag, omdat Effix niet alle door Siemens goedgekeurde uren had uitbetaald en onterecht een bedrag had ingehouden.

Effix betwistte de vordering en stelde dat de werknemer minder uren had gewerkt dan contractueel was overeengekomen, waardoor een negatief verlofsaldo was ontstaan. Tevens voerde Effix inconsistenties aan in de urenregistratie en bood een lager bedrag aan.

De kantonrechter stelde vast dat partijen aanvullende afspraken hadden gemaakt over het opsparen van overuren als verlofuren en de uitbetaling van toeslagen. De urenregistratie in Fieldglass vormde de basis, maar Effix kon haar berekeningen niet consistent onderbouwen. De werknemer had haar stellingen voldoende onderbouwd en Effix had deze niet weersproken.

Daarom werd Effix veroordeeld tot betaling van het achterstallige brutoloon, vakantietoeslag, wettelijke verhoging en rente. Tevens werd Effix veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Effix Engineering B.V. is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, wettelijke verhoging, rente en proceskosten aan de werknemer.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
im/bc
Zaaknummer: 11956284 \ RL EXPL 25-21052
Vonnis van 30 april 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. G.L. Gijsberts,
tegen
EFFIX ENGINEERING B.V.,
te Den Haag,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Effix,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 november 2025 met producties 1 t/m 14;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op 25 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. [eiseres] is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. G.L. Gijsberts. Aan de zijde van Effix is, hoewel behoorlijk opgeroepen en zonder voorafgaand bericht van verhindering, niemand ter zitting verschenen. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt, welke zich in het griffiedossier bevinden.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] is van 1 januari 2024 tot en met 31 mei 2025 in dienst geweest bij Effix op basis van een arbeidsovereenkomst met een arbeidsomvang van 28 uur per week. Haar laatst genoten salaris bedroeg € 2.005,08 bruto per maand, te vermeerderen met emolumenten.
2.2.
[eiseres] werd gedetacheerd bij Siemens Nederland N.V. te Zoetermeer (hierna: Siemens) waar zij op de meldkamer werkten.
2.3.
De door [eiseres] bij Siemens gewerkte uren werden geregistreerd in het programma Fieldglass. [eiseres] vulde de door haar gewerkte uren zelf in, Siemens keurde die uren goed en Effix declareerde vervolgens de goedgekeurde uren aan Siemens. Voor nacht- en avonduren werd een toeslag gerekend.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert - samengevat - om Effix, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te voordelen tot betaling van:
A. het onterecht ingehouden loon ten bedrage van € 1.390,50 bruto;
B. 8% vakantietoeslag over het gevorderde onder A., zijnde een bedrag van € 111,24;
C. het achterstallig loon van € 203,56 bruto inclusief vakantietoeslag;
D. de wettelijke verhoging over de onder A., B. en C. gevorderde bedragen;
E. de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid over de onder A., B., C. en D. gevorderde bedragen;
F. de proceskosten.
3.2.
[eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Effix heeft bij het opmaken van de eindafrekening niet alle door Siemens goedgekeurde uren aan [eiseres] uitbetaald. Effix heeft een bedrag van € 1.390,50 bruto ten onrechte ingehouden als vakantie-uren. Daarnaast heeft Effix 11,4 uur aan gewerkte uren onbetaald gelaten, welk aantal uren vermenigvuldigd met het uurloon van € 16,53 neerkomt op een bedrag van € 203,56. Gelet op de vertraging in de voldoening van voornoemde bedragen maakt [eiseres] ook aanspraak op de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.
3.3.
Effix voert verweer. Effix concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Effix betwist dat zij nog enig bedrag aan [eiseres] verschuldigd is en voert aan dat [eiseres] haar uren onjuist heeft berekend. Bij het vergelijken van de ingevulde uren in Fieldglass en de 28 uren per week die zij op basis van het contract moet werken, heeft [eiseres] per week minder uren gewerkt dan waartoe zij verplicht is. De niet gewerkte uren gelden als opgenomen verlofuren, waardoor zij een negatief verlofsaldo heeft opgebouwd. Als Effix al enig bedrag verschuldigd zou zijn, kan dat slechts een bedrag van € 260,00 zijn, welk bedrag Effix bereid is te betalen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat [eiseres] op basis van haar arbeidsovereenkomst recht heeft op betaling van het salaris voor 28 uur per week van € 2.005,08 bruto per maand, vakantietoeslag van 8,33% per jaar en 17,5 vakantiedagen per kalenderjaar. De vraag of Effix nog loon, al dan niet in de vorm van niet genoten vakantiedagen, verschuldigd is, zou in beginsel beantwoord kunnen worden middels het maken van een berekening aan de hand van voornoemde contractuele elementen over de periode waarin [eiseres] in dienst is geweest minus de uren die reeds aan [eiseres] zijn uitbetaald en zij als verlof heeft opgenomen. Ter zitting is echter gebleken dat partijen naast hetgeen uit de arbeidsovereenkomst volgt, aanvullende afspraken hebben gemaakt.
4.2.
Daarover heeft [eiseres] het volgende verklaard. De meldkamerdiensten bij Siemens hebben een vaste omvang van acht uur per dienst (ochtend, middag, avond/nacht). Halve diensten van vier uur werden niet uitgevraagd. Dat betekende dat het voor [eiseres] niet mogelijk was om precies 28 uur per week bij Siemens te werken. Omdat Effix [eiseres] niet 32 uur per week aan werk kon garanderen, hebben partijen als compromis afgesproken dat zij de ene week meer en de andere week minder dan 28 uur per week zou werken. Daarnaast hebben partijen afgesproken dat [eiseres] haar overuren, de extra uren bovenop de gemiddelde 28 uur per week, zou opsparen als verlofuren, zogezegd tijd voor tijd (TVT), en dat de avond- en nachttoeslagen uitbetaald zouden worden.
4.3.
Effix heeft de afspraken ten aanzien van het opsparen van verlofuren (TVT) en het uitbetalen van de avond- en nachttoeslagen erkend en verwezen naar de daarover gevoerde correspondentie tussen partijen via WhatsApp.
4.4.
De kantonrechter stelt aldus vast dat de uitgangspunten op basis waarvan [eiseres] uitbetaald diende te worden tussen partijen niet in geschil zijn. Evenmin is in geschil dat Fieldglass de basis vormt voor het bepalen van het aantal daadwerkelijk gewerkte uren. Immers, zowel [eiseres] als Effix heeft ter onderbouwing van hun standpunten een berekening aan de hand van de in Fieldglass geregistreerde uren overgelegd. Partijen komen echter ondanks dat op andere totaalsaldo’s uit. Ten aanzien daarvan heeft [eiseres] het volgende ter zitting verklaard.
4.5.
In het programma Fieldglass heeft [eiseres] haar reguliere uren en de uren met avond/nachttoeslagen ingevuld. Omdat aan Siemens geen verlofuren en studiedagen in rekening gebracht konden worden, kon [eiseres] die uren alleen kwijt in het vakje notities onder de urenregels. Uit de door Effix overgelegde uitdraaien van Fieldglass blijkt dat die notities niet voor Effix, althans niet op die uitdraaien, zichtbaar zijn. Dit is volgens [eiseres] mogelijk de verklaring voor het feit dat Effix met minder uren heeft gerekend dan [eiseres] daadwerkelijk heeft geregistreerd. Daarnaast heeft [eiseres] erop gewezen dat Effix in haar berekeningen steeds op andere uitkomsten uitkomt. Eerst was de stelling van Effix dat er 75,7 minuren waren (e-mail 15 mei 2025 van Effix aan [eiseres]), daarna 84,12 minuren (e-mail 2 september 2025 van Effix aan gemachtigde [eiseres]), vervolgens 91,12 minuren (ongedateerd Exceloverzicht) en bij conclusie van antwoord 67,94 minuren. De berekening van Effix is onnavolgbaar en kan om die reden niet als betrouwbare onderbouwing van haar stelling dienen.
4.6.
Effix is niet ter zitting verschenen en heeft de stellingen van [eiseres] niet weersproken. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid daarvan, nu de toelichting haar ook duidelijk en overtuigend voorkomt. Daarnaast stelt de kantonrechter op basis van het dossier inderdaad vast dat Effix niet consequent is in haar verklaringen omtrent het uiteindelijk resterende totaalsaldo, terwijl van haar als werkgever verwacht mag worden dat zij een deugdelijke administratie voert. De berekeningen van Effix kunnen daarom niet als onderbouwing van haar verweer dienen. Dat betekent, uitgaande van de urenregistratie in Fieldglass, de daarbij door [eiseres] opgenomen notities en de op basis daarvan gemaakte berekening, dat [eiseres] haar stelling voldoende heeft onderbouwd en het verweer van Effix gemotiveerd heeft weerlegd. De berekening van [eiseres] wordt daarom door de kantonrechter als uitgangspunt genomen. Nu daaruit volgt dat Effix nog een bedrag van € 1.390,50 en van € 203,56 aan brutoloon aan [eiseres] verschuldigd is, zal de vordering tot betaling daarvan worden toegewezen.
4.7.
Effix heeft tegen de gevorderde vakantietoeslag, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente geen zelfstandig verweer gevoerd. Die vorderingen zullen daarom als niet weersproken en op de wet gegrond integraal worden toegewezen.
betaling na dagvaarding
4.8.
[eiseres] heeft ter zitting verklaard dat Effix op 12 januari 2026 een bedrag van € 133,70 netto, zonder toelichting, aan [eiseres] heeft voldaan. Dit bedrag strekt overeenkomst artikel 6:44 lid 1 BW Pro eerst in mindering op de tot dat moment verschuldigde rente en daarna op de hoofdsom en de lopende rente.
proceskosten
4.9.
Effix is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiseres] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Effix niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
Totaal
632,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Effix om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.594,06 bruto aan achterstallig loon, te verminderen met de door Effix na de datum van de dagvaarding reeds gedane betaling, een en ander overeenkomstig artikel 6:44 eerste Pro lid BW,
5.2.
veroordeelt Effix om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 111,24 aan vakantietoeslag,
5.3.
veroordeelt Effix om aan [eiseres] te betalen de wettelijke verhoging uit artikel 7:625 BW Pro van 50% over de onder 5.1 en 5.2 toegewezen bedragen,
5.4.
veroordeelt Effix om aan [eiseres] te betalen de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid van de onder 5.1 tot en met 5.3 toegewezen bedragen,
5.5.
veroordeelt Effix in de proceskosten van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.W. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.