Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
- van 8 april 2022 tot 9 juni 2022, op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw 2000;
- van 9 juni 2022 tot en met 1 juli 2022, op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000;
- van 19 november 2025 tot 25 november 2025 op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw 2000 en
- van 25 november 2025 tot heden op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Dit is de maatregel die voorligt.
artikel 15, leden 5 en 6, van deze richtlijnvastgestelde duur van de bewaring met het oog op verwijdering de periode moet worden meegeteld waarin de uitvoering van het verwijderingsbesluit was geschorst wegens de behandeling van een verzoek om internationale bescherming van een onderdaan van een derde land, wanneer de betrokkene gedurende de procedure waarin dat verzoek werd behandeld,
krachtens die bepalingenin bewaring werd gehouden, zelfs indien dat ten onrechte gebeurde (zie in die zin arrest van 30 november 2009, Kadzoev, C357/09 PPU, EU:C:2009:741, punten 40, 47 en 48). (
arcering rechtbank)