Eiseres heeft een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 13 april 2023. In een eerdere procedure had de rechtbank al een beslistermijn van zestien weken opgelegd, maar de minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden en het advies van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van vier weken op, ingaande de dag na bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is geanonimiseerd gepubliceerd.