AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser behandeld tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser heeft een asielaanvraag ingediend op 4 januari 2024, maar de minister heeft niet tijdig beslist. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn aanvangt op het moment dat de asielwens kenbaar wordt gemaakt, wat in dit geval op 19 december 2023 was. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister in beginsel binnen zes maanden een beslissing had moeten nemen, maar dat de beslistermijn is opgeschort door een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) dat van kracht was van 14 december 2024 tot 13 juni 2025. De rechtbank concludeert dat de minister de beslistermijn niet heeft nageleefd en dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De rechtbank legt de minister op om binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag en bepaalt een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.
Voetnoten
1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
4.Op grond van artikel 4:15, eerste lid aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.
6.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000, Stcrt. 2023, 3235.
8.ECLI:EU:C:2025:326, alsmede de conclusie van de advocaat-generaal: ECLI:EU:C:2024:1028.
9.Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
10.Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (
13.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
14.Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
16.Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
18.Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
19.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.