Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseresV-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
in ieder gevalaanneemt dat sprake is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM [5] tussen ouders en hun – uit een reëel huwelijk of niet-huwelijkse relatie – geboren minderjarige kinderen’. Omdat de identiteit van eiseres als moeder van referent niet langer in geschil is, is de rechtbank van oordeel dat familie- of gezinsleven tussen eiseres en referent, als minderjarig kind, moet worden aangenomen. Dit is eveneens in lijn met het beleid van verweerder als neergelegd in paragraaf 3.3.1 van de WI 2020/16, waarin is bepaald dat
altijdsprake is van familie- of gezinsleven tussen ouders en hun minderjarige kinderen. Gelet hierop heeft verweerder ten onrechte de feitelijke omstandigheden van eiseres en referent meegewogen bij de beoordeling of sprake is van familie- en gezinsleven. Voor zover verweerder hiervoor verwijst naar jurisprudentie van het EHRM [6] en zich op het standpunt stelt dat zonder verdere juridische of feitelijke elementen die wijzen op het bestaan van een nauwe persoonlijke relatie geen bescherming op grond van artikel 8 van Pro het EVRM kan worden genoten, [7] volgt de rechtbank verweerder niet in dit standpunt, voor zover dit ziet op de beoordeling of sprake is van familie- of gezinsleven. Anders dan verweerder stelt, worden door het Europese Hof minimumnormen geformuleerd en staat het verweerder vrij om hier in zijn beleid in positieve zin van af te wijken. Het beleid van verweerder ter zake de vaststelling van het familie- of gezinsleven is zodanig directief geformuleerd, dat hierin geen ruimte is voor een belangenafweging of uitleg van de feitelijke situatie.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €1.868,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van €194,- aan eiseres moet vergoeden.
www.rechtspraak.nl.